De gifbeker voor de vrije meningsuiting

in Column

Aan de vooravond van het proces tegen Geert Wilders liet de actualiteitenrubriek Nova weer eens zien dat zij geen objectieve journalistiek bedrijft, maar louter een ordinaire informatievervuiler is. Nova dook even in de rechtsgeschiedenis en diepte enkele voorbeelden uit de Nederlandse rechtspraak op van personen die eerder waren vervolgd vanwege hun mening.[1] Op zichzelf is het interessant en relevant om te weten welke jurisprudentie een rol kan spelen in het proces tegen Wilders, de wijze waarop Nova haar bevindingen presenteerde was absoluut niet zuiver. Naast de juridische facetten werd de reportage namelijk zodanig gepresenteerd dat Wilders in één adem werd geplaatst met een serie zeer abjecte voorbeelden – waardoor dit “journalistiek” werk niet alleen te beschouwen is als linkse desinformatie, maar tevens een doortrapt stukje demonisering.

 Als eerste komt het echtpaar Goeree aan bod – die vanuit een bepaalde godsdienstwaanzin antisemitische en Holocaust-relativerende uitspraken deden. Op de achtergrond een gruwelijk plaatje van uitgemergelde slachtoffers van de Holocaust. Het is kenmerkend voor de sfeer van de reportage. Dan volgt Joop Glimmerveen, bekend neo-Nazi van het eerste uur, die triomfantelijk Mein Kampf uit de kast pakt en trots een foto van Hitler in het boek toont. Nova brengt hiermee de stemming er verder in, om vervolgens Glimmerveen te interviewen met een portret van Hitler op de achtergrond. Om het compleet te maken vult de journalist van Nova zelf al de antwoorden van Glimmerveen in, door te suggereren dat bepaalde strafbare uitlatingen van Glimmerveen later zouden worden vertolkt door Wilders – waarop Glimmerveen zelf zegt eigenlijk Janmaat te bedoelen.

 Nova trapt Wilders hiermee indirect in de bruinhemdhoek waar de publieke omroep hem maar al te graag plaatst. Desondanks noemen ze ook kort enkele voorbeelden van een vervolgde communist – wat echter wegens belediging van een buitenlands staatshoofd was, toch een ander soort aanklacht, het ezelsproces van Gerard Reve en Boer Koekoek, die eens veroordeeld werd wegens het beschuldigen van VVD-politica Haya van Someren van collaboratie in de oorlog. Na deze terloops genoemde voorbeelden gaat Nova weer uitgebreid op dezelfde teneur verder, door uitgebreid stil te staan bij de processen tegen Janmaat en CP’86 in de jaren negentig. Processen die allemaal uitdraaiden op veroordelingen. Als enige voorbeeld van jurisprudentie die tot vrijspraak heeft geleid noemt Nova de zaak over een poster van de Nationale Alliantie met de tekst “Stop het gezwel dat islam heet” – maar wel weer een voorbeeld uit radicale kringen.

 Al met al is Nova er niet bepaald in geslaagd is om een duidelijk beeld te schetsen van de jurisprudentie, maar vooral Wilders in een context te plaatsen van neo-Nazi’s en andere radicalen. Als Nova immers een goed beeld had willen schetsen dan had men tegenover de genoemde veroordelingen ook vrijspraken kunnen noemen. En wel van voorbeelden die véél dichter bij Wilders staan dan de hierboven geschetste radicale context.

 Want waarom zegt Nova niets over de vrijspraken van Theo van Gogh bij de diverse rechtszaken die wegens ‘opiniedelicten’ tegen hem waren aangespannen? Wellicht omdat dit nederlagen waren voor de extreem-linkse antidiscriminatiebureaus als klagende partij – en deze overgesubsidieerde clubjes uit dezelfde linkse kringen afkomstig zijn als de linkse Nova journalisten. Het behandelen van deze zaken zou ook teveel in het voordeel van Wilders kunen pleiten – en Nova veroordeelt hem liever reeds vooraf. Daarom is het nuttig om even naar een van deze uitspraken van het Gerechtshof te Amsterdam uit 2001 te kijken.

 In de beoordeling van het beklag in de zaak van G. Grubben van het Anti Diskriminatie Buro te Schiedam tegen Theo van Gogh[2] is te lezen:

 “Op 8 december 1995 publiceerde HP/De Tijd een artikel van Van Gogh, getiteld “Leve de Islam”. In dit artikel schrijft Van Gogh onder meer: “In hoeverre moet je blijven praten met gelovigen bij wie jij als eerste in aanmerking komt om voor hun gedroomde vuurpeloton de zegeningen van Allah te ondergaan?”, “Wat heeft Van Dis te schaften met gelovigen die flikkers ‘onrein’ vinden, net, als ongestelde vrouwen, ongelovigen of alle anderen die niet aan de normen voldeden van die geitenneuker uit Mekka” en “Maar wie ‘in dialoog’ wil met zijn potentiële moordenaars, mijn zegen heb je”,

Klager heeft bij monde van Grubben op 9 januari 1996 aangifte gedaan van belediging. De officier van justitie heeft op 24 september 1996 besloten om Van Gogh niet te vervolgen. Klager is het hier niet mee eens. Het hof begrijpt uit het klaagschrift dat de klacht in het bijzonder betrekking heeft op de zinsneden “die geitenneuker uit Mekka” en “potentiële moordenaars”

Beoordeeld dient te worden of Van Gogh, door zich op deze wijze uit te laten, zich schuldig heeft gemaakt aan belediging van een groep mensen wegens hun ras of hun godsdienst. De door Van Gogh gedane uitlatingen zijn grof, maar zij dienen te worden gelezen in het licht van de toen gevoerde polemiek zoals daarvan uit de overige inhoud van het tijdschriftartikel blijkt. Dit brengt in het onderhavige geval mee, dat hier de grenzen van de journalistieke vrijheid en/of de grenzen van de vrijheid van meningsuiting niet zijn overschreden.”

 Waarop het hof het beklag afwijst en Theo van Gogh daarmee vrijsprak. Met de wijsheid van nu – om met Balkenende te spreken – zijn de uitspraken van Van Gogh over het vuurpeloton en “potentiële moordenaars” zowaar profetisch te noemen. Los daarvan is het voor Wilders het oordeel relevant dat de grenzen van meningsuiting niet zijn overschreden. Het was niet de enige zaak voor Van Gogh: een speciale officier van justitie belast met discriminatiezaken vervolgde Van Gogh maar liefst negeneneenhalf jaar lang wegens vermeend antisemitisme.[3] Ook hiervoor werd hij uiteindelijk vrijgesproken.

 Ook nog een ander aspect maakt de zaak van Grubben tegen Van Gogh tot relevantere jurisprudentie dan veel van de door Nova aangehaalde neo-Nazi voorbeelden. In het proces-verbaal van verhoor van Theo van Gogh van 11 november 1999 haalt hij in zijn verklaring[4] een aantal punten aan die ook in de zaak tegen Wilders een cruciale rol spelen: 

“Jullie vertellen mij waarover jij mij wilt horen. Ik vraag mij af waarom katholieken in dit land vrijuit, en terecht, beledigd mogen worden, en Islamieten niet?”(…)

“Naar mijn opvatting mogen zowel God als Allah beledigd worden. Ik heb mij van die dankbare taak vaak en met veel verve gekwijt op de televisie. Dat er een groep Marokkanen is in Amsterdam, die zich uit in pure minachting voor het land waarin zij opgroeien, geeft mij alle recht hen te beledigen. Een echte belediging was trouwens “varkensneuker” geweest. Nu beperk ik mij tot de feiten. Uw vraag of ik dan alle Morakkanen moet beledigen, moet ik ontkennende beantwoorden. Ik val de fundamentalisten aan; niet mijn Marokkaanse buurvrouw.”(…)

“De Koran is in mijn ogen een verachtelijk geschrift, dat voornamelijk uit strafbepalingen bestaat voor alles wat afwijkt van de onverdraagzame Allah-norm; flikkers, overspelige vrouwen en joden. De Koran is geschreven door vermoedelijk geitenneukers aan wier innerlijke beschaving ik mij niet wens te spiegelen.”(…)

“Waar het om gaat is dat je in dit land iedereen mag beledigen, behalve Islamitische gelovigen en al helemaal geen Marokkanen, want dat zijn blijkbaar kasplantjes. Als alle mensen gelijk zijn, geldt de wet ook voor iedereen en dient er geen uitzondering te worden gemaakt voor de zo geheten kwetsbare minderheidsgroepen. Ik bepleit de absolute vrijheid van het woord, omdat dat het enige is, dat ons redt van een jungle die liet recht van de sterkste onder ander in Marokko zo’n inhumane uitwerking geeft.”(…)

“Niettemin was mijn omschrijving van de profeet als geitenneuker uit Mekka recht uit mijn hart. Zo heb ik ook Jezus omschreven als “die rotte vis van “Nazareth”. Dat proces loopt nu bij het Europese Hof. Het stemt dankbaar, dat ik U lieden van de straat mag houden.”(…)

“Ik wil dat omdat ik vind dat de oorlog der ideeën in het openbaar moet worden uitgevochten, niet met het zwaard, maar met de pen. Ik veracht de anonieme aangeefcultuur en de gedachtenpolitie die de anti-discriminatie-meldpunten bevolken op kosten van de Nederlandse belastingbetaler.”

 Vooral de passage over de Koran roept associaties op met het Wilders-proces. Belangrijk is dat Van Gogh voor dit alles is vrijgesproken.

 Behalve Theo van Gogh had Nova ook nog andere en betere voorbeelden kunnen noemen. Om te beginnen de aangehaalde communist, Lou de Visser van de Communistische Partij Holland.[5] Hij werd in 1933 door het gerechtshof te Arnhem in hoger beroep vrijgesproken wegens belediging van rijkspresident Von Hindenburg. In datzelfde jaar werd echter ook een andere communist door justitie vervolgd – in een zaak die in dit kader veel interessanter te noemen is. Henk Sneevliet van de Revolutionair-Socialistische Partij (RSP) werd vlak voor de kamerverkiezingen van 1933 gearresteerd omdat hij de muiterij op het marineschip ‘De Zeven Provinciën’ had vergeleken met de opstand op de Russische pantserkruiser Potemkin in 1905, wat gezien werd als de eerste opmaat naar de Russische Revolutie. Zijn partij begon een stevige agitatiecampagne en organiseerde een protestvergadering voor het Amsterdamse gerechtsgebouw – zowaar een ogenschijnlijke parallel met het heden – die overigens door de politie met geweld uiteen werd geslagen.[6]

Sneevliet werd – ondanks openlijke steun tijdens zijn proces van prominenten als Henriëtte Roland Holst, Hildo Krop en Emanuel Querido – veroordeeld tot vijf maanden cel – zijn radicaal socialistische opvattingen worden door dit vonnis echter allerminst getemperd, waarmee ruim 75 jaar geleden al duidelijk werd dat politieke meningsverschillen in het parlement dienen te worden uitgevochten en niet voor de strafrechter. Het parlement was dan ook de plek waar Sneevliet mede dankzij deze zaak zou belanden: zijn partij voerde in de verkiezingscampagne leuzen als “Kiest Sneevliet van de cel in de kamer” waarop Sneevliet ook daadwerkelijk tot kamerlid werd verkozen en zijn vrijlating uitliep op een grote manifestatie.[7] Desalniettemin kan ook deze zaak niet één op één vergeleken worden met het proces tegen Wilders, in de aanklacht speelde het aspect opruiing immers ook mee en Sneevliet was zelf ook geen brave democratische parlementariër, maar vooral een revolutionair activist: als propagandist van de wereldrevolutie was hij de rechterhand van Lenin en Stalin en exporteerde hij het communisme naar China en Nederlands-Indië. Opmerkelijk is overigens dat Sneevliets Indische Sociaal-Democratische Vereniging sinds 1914 met marxistische ideeën beïnvloeding uitoefende op de Sarekat Islam – de Indische islamitische onafhankelijkheidsbeweging – omdat ‘een socialistische kleur de massa voor de Islambeweging zou winnen’, met een voortschrijdende radicalisering tot gevolg.[8] Shariasocialisme avant la lettre dus – en daarmee geen zuiver vergelijkingsmateriaal voor de zaak Wilders, maar wel een interessantere zaak dan het voorbeeld van Nova.

 Dan is er nog het voorbeeld van de collaboratiebeschuldiging van Boer Koekoek jegens Haya van Someren uit 1966 waar Nova mee op de proppen kwam. Ook dit is geen goed vergelijkingsmateriaal, omdat het hier geen strafzaak betrof, maar een door Van Someren zelf aangespannen kort geding – waarbij de rechter Koekoek verbood de beschuldiging te herhalen. Vergelijkbaar met de recente “maffiamaatje” zaak tussen Bram Moszcowicz en Jort Kelder, waar ook geen sprake was van strafvervolging. In deze zaken speelt aantasting van eer en goede naam van een bepaalde persoon en geen groepsbelediging zoals in de zaak Wilders. Dat zo’n soort zaak toch criteria kan opleveren voor de grenzen van vrijheid van meningsuiting bewijst de zaak Van Gasteren – Hemelrijk (HR 18 januari 2008), waarin de onlangs overleden journaliste Pamela Hemelrijk in het gelijk werd gesteld. In het geding was de publicatie van een artikel over het oorlogsverleden van Van Gasteren op haar persoonlijke website – waarbij in de uitspraak deze privé-publicatie op internet gelijk werd gesteld aan een artikel van de pers en dus ook met dezelfde waarborgen van persvrijheid behandeld dient te worden. Dat Nova deze actuele zaak niet behandelde is een gemis, het zou immers een rol kunnen spelen in de beoordeling van bijvoorbeeld Fitna – waarbij Wilders zich mogelijk ook op deze vorm van persvrijheid zou kunnen beroepen.

 In een uitzending van Het Gesprek van 20 december 2009[9] maakt Wilders zelf ook het onderscheid tussen de mogelijkheid om civielrechtelijk een proces te starten en de strafvervolging die hem nu ten deel valt. Hij spreekt dan ook van een politiek proces en geeft aan dat de dagvaarding bestaat uit: “citaten van mij, maar soms ook citaten van anderen, ik anderen heb geciteerd”. Hier doelt Wilders onder andere op citaten van de in 2006 overleden Italiaanse schrijfster Oriana Fallaci in haar boek ‘De Kracht van de Rede’. Na al de voorbeelden van vaak stokoude rechtszaken roept deze uitspraak toch enige herkenning op met een nog veel oudere rechtszaak, een van de beruchtste zaken van de klassieke oudheid: het proces tegen de Griekse filosoof Socrates.

 Socrates wordt vaak genoemd als grootste ‘heilige’ uit de geschiedenis van het vrije woord.[10] Ook Geert Wilders zelf noemt hem in zijn rede aan de Columbia University in New York op 21 oktober 2009: “De vrijheid van meningsuiting is een vijand van de islam. De islam is een bedreiging voor het Europa van Socrates, Voltaire en Galileo.”[11] Deze roem dankt hij aan zijn passie voor de kunst van het debateren en redeneren – ook toen al kende men de ‘kracht van de rede’ – om met Fallaci te spreken. Toch werd hij aangeklaagd en volgde een proces tegen hem, waarna hij in 399 voor Christus schuldig werd bevonden aan onder meer ‘het niet eren van de goden van de stad’ en ‘het misleiden van de jeugd’ – wat we heden ten dage wellicht kunnen vervangen door het ‘beledigen van de islam en geen respect tonen voor de Marokkaanse jeugd’ – of iets van dien aard.

 Het proces tegen Socrates wordt door Plato in zijn Apologie beschreven, hierin komt een passage naar voren die sterk doet denken aan de zaak tegen Wilders, namelijk dat hij aangeklaagd wordt voor bepaalde uitspraken, terwijl hier ook sprake was van citaten van anderen:

 “Wonderlijke Meletos, waarom zeg je dat? Geloof ik dus niet dat zon en maan goden zijn, zoals de overige mensen?”

“Neen bij Zeus, heren rechters, want hij beweert dat de zon een steen en de maan een aarde is.”

“Mijn beste Meletos, je meent zeker Anaxagoras aan te klagen, of schat je deze mannen hier zo gering en meen je dat zij zo ongeletterd zijn, dat zij niet weten dat de boeken van Anaxagoras van Klazomenai vol staan van zulke theorieën? En de jeugd zou dat van mij leren wat zij, als het duur is, voor een drachme in de boekwinkel kunnen kopen en Sokrates uitlachen, als hij doet of die theorieën van hemzelf zijn, te meer omdat het zulke ongerijmdheden zijn. Maar bij Zeus, meen je werkelijk dat ik aan geen god geloof?”

 Socrates werd vervolgens ter dood veroordeeld door het drinken van de gifbeker.

 In onze tijd kennen we geen gifbekers meer, maar een veroordeling van Wilders zou wel een gifbeker zijn voor de vrijheid van meningsuiting. Waar de informatievervuilers van Nova – zich wentelend in de decadentie van hun eigen linkse gelijk – geniepig om zullen grijnzen. Laat deze kelk daarom voorbij gaan en stop met dit schandalige proces: geef het vrije woord de ruimte!

___________________________________________________________________________________________

[1] http://www.novatv.nl/page/detailreacties/uitzendingen/7532/Hoe%20zinvol%20is%20een%20proces%20tegen%20Wilders?

[2] http://www.theovangogh.nl/GERECHTSHOF.html

[3] http://www.theovangogh.nl/MIJNSS.html

[4] http://www.theovangogh.nl/proverb1.html

[5] http://www.parlement.com/9353000/1/j9vvhy5i95k8zxl/vg09llc23fqf

[6] Koen Vossen, Vrij vissen in het Vondelpark. Kleine politieke partijen in Nederland 1918-1940 (Amsterdam 2003) 156

[7] Igor Cornelissen, Ger Harmsen & Rudolf de Jong , De taaie rooie rakkers. Een documentaire over het socialisme tussen de wereldoorlogen (Baarn 1965) 141-144

[8] J.M. Pluvier, Overzicht van de ontwikkeling der nationalistische beweging in Indonesië in de jaren 1930 tot 1942 (’s-Gravenhage/Bandung 1953) 22-23

[9] http://www.hetgesprek.nl/archief/3395/

[10] Paul Cliteur, Tegen de decadentie. De democratische rechtstaat in verval (2e druk; Amsterdam 2004) 188

[11] http://www.pvv.nl/index.php?option=com_content&task=view&id=2282&Itemid=11

6 Reacties

6 Reacties

  1. In het verlengde hiervan is het interessant om een door Lucas Hartong uitstekend geschreven stuk (uit 2008) te lezen:
    http://www.hetvrijevolk.com/?pagina=6496

    De door hem genoemde Ankersmit was trouwens ook een van de ondersteuners van Sneevliet bij diens rechtszaak.

  2. Uitstekend stuk Alexander.

    Toch een paar kanttekeningen / aanvullingen:

    1.
    De zaak Van Gasteren vs. Hemelrijk was ook een civiele zaak en geen strafzaak. Eerder constateer je dat je geen vergelijking mag maken tussen civiel en strafrechtelijk. In dit arrest komen overigens andersoortige overwegingen voor:

    Door de journaliste Pamela Hemelrijk was een open brief gepubliceerd waarin de motieven van Van Gasteren, die in de oorlog een joodse onderduiker had doodgeschoten en dit presenteerde als een verzetsdaad, openlijk werden bekritiseerd. De Hoge Raad oordeelde dat Hemelrijk slechts feiten ten tonele
    voerde waardoor de motieven van Van Gasteren betwijfeld konden worden. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat de brief extra bescherming toe kwam omdat sprake was van een perspublicatie. Het beoogde doel van Hemelrijk was om een kwestie van publiek belang onder de aandacht van een breder publiek te brengen. Daarnaast was de brief in een prikkelende en satirische vorm geschreven waardoor deze te beschouwen viel als een column, waaraan een grotere vrijheid toekomt, daar sprake is van waardeoordelen en niet van feitelijke beweringen.

    In het arrest Van Gasteren/Hemelrijk worden door de Advocaat-genenaal een aantal wegingsfactoren genoemd die van belang zijn om de balans tussen uitingsvrijheid en bescherming van de persoonlijke levenssfeer te vinden:

    a. Louter privé-aangelegenheden van een privé-persoon: de eerbiediging van het privéleven dient in de regel voorrang te krijgen. Hierbij kan uitingsvrijheid wel voorrang krijgen indien de betrokkene in het centrum van de politieke en/of historische belangstelling staat.

    b. Voor gegevens die worden gepresenteerd als feit, waarbij een zekere autoriteit wordt uitgestraald is een veel grotere mate van zorgvuldigheid vereist dan bij waardeoordelen. Echter, ook voor waardeoordelen moet er een minimale feitelijke
    ondersteuning bestaan.

    c. De toonzetting en woordkeuze kunnen de uiting een excessief karakter geven, enige ruimte voor overdrijving of provocatie dient wel gelaten te worden. Satire en
    karikaturen worden minder snel als excessief gewaardeerd.

    d. De aard van de mededelingen en de verwachte gevolgen voor de betrokkenen spelen een belangrijke rol. Op de persoon spelen is eerder buitensporig dan het aankaarten van opvattingen, handelingen en beleid.

    e. De aanleiding is van belang. De marge voor het aankaarten van misstanden en voor andere onderwerpen van publiek belang is ruimer dan wanneer deze aanleidingen ontbreken.

    Concluderend is een vergelijking tussen de Zaak Wilders en die van Van Gasteren/Hemelrijk niet echt te trekken. We kennen de scherpe pen van Pamela Hemelrijk. Van Wilders kan je echter moeilijk zeggen dat de uitspraken satirisch zijn bedoeld.

    2.
    Socrates werd niet direct veroordeeld voor het drinken van de gifbeker. Hij mocht kiezen tussen verbanning of de gifbeker, waarna hij, gezien zijn verbondenheid met de stad en het feit dat hij niet wilde vluchten voor zijn ‘daden’, koos voor het laatste. Hierin is de vergelijking met Wilders wellicht nog treffender: ook hij kiest voor het met open vizier voeren van de strafzaak en het niet inslikken van zijn woorden. Indien hij had gezegd dit allemaal niet zo bedoeld te hebben was de kous afgedaan. Gelukkig zijn er nog verdedigers van het Vrije Woord met ruggengraat.

  3. Mooie aanvullingen Koen.
    Voor wat het eerste punt betreft, het is een duidelijke invulling van de min of meer open vraag in mijn stuk dat het arrest een rol zou kunnen spelen.
    Zoals ik aangaf is het inderdaad geen strafzaak, maar wel een civiele zaak die toch invulling geeft aan de grenzen van de vrijheid van meningsuiting. Wanneer iemand zich persoonlijk benadeeld voelt door bepaalde uitspraken zou het beter zijn om het langs deze weg op te lossen in plaats van de huidige strafzaak, met anonieme bevolkingsgroepen als zogenaamd benadeelden.
    De zaak heb ik aangehaald omdat de door jou genoemde criteria wellicht ook een rol zouden kunnen spelen indien bijvoorbeeld de publicatie van Fitna zou worden gepresenteerd als een product van Wilders als privé-persoon of als filmmaker/publicist. Moszcowicz heeft gisteren in zijn betoog er echter bewust voor gekozen om dit niet te doen, maar juist álle publicaties van Wilders nadrukkelijk te zien als uitingen vanuit zijn rol als volksvertegenwoordiger. Met nadrukkelijk het onderscheid tussen zijn rol als politicus en zijn praktisch geheel anonieme rol als privé-persoon. Deze jurisprudentie zal dus inderdaad niet direct een rol spelen – maar wel interessant om even nader bekeken te hebben.

    Voor wat het tweede punt betreft kreeg Socrates inderdaad nog de gelegenheid tot vluchten – jouw vergelijking vind ik zeer sterk en inderdaad treffend. Wat overigens typisch is is dat al de organisaties die naar eigen zeggen altijd opkomen voor degenen in de wereld die door hun mening in de verdrukking komen en vervolgd worden – zoals Amnesty International – niets van zich laten horen nu in het hart van onze eigen democratie een eerzaam politicus wordt vervolgd. Blijkbaar springen dergelijke organisaties alleen op de bres voor linkse revolutionairen, guerilla’s en jihadisten – die geweld vaak niet schuwen.
    Gelukkig weet Wilders dapper stand te houden – oprecht en zonder schroom – als een rots in de branding. Een branding van laffe lieden, dhimmi-politici met een valse moraal die hun politiek-correcte schijn hoog proberen te houden en wiens spreekbuis een antidiscriminatie-officier van justitie met korzelige stem is. Daar stijgt Wilders – inderdaad met rechte ruggengraat – huizenhoog bovenuit!

  4. Volkomen onbetrouwbaar.Men liegt en bedriegt.
    Ondanks referendum drukte Wim Kok de Euro en aansluiting bij Europa er door.Deze grootste hypocriet aller tijden,schreeuwde de arbeiders toe “dat pikken we toch niet” en is nu zelf de grootste zakkenvuller van de centen van diezelfde arbeider
    Vervolgens werd WW.AOW,WAO etc. door dit kabinet van de arbeiders afgepikt.
    Op een brief aan Balkenende over het DNA van het koningshuis kwam geen antwoord.
    zie hiervoor:

    http://jacobusderoma.blogspot.com/2010/02/hoe-staat-het-met-het-dna-van-de.html

  5. Nu krijgen Wilders en met hem de vrije meningsuiting een steuntje in de rug van vooraanstaande rechtsgeleerden, die zich uitspreken voor zijn vrijspraak: http://www.depers.nl/binnenland/511031/Spreek-Wilders-vrij.html

    Opvallend is ook dat hier een inkijkje wordt gegeven in het justitiële wereldje:

    “De Roos, samenzweerderig: ‘Tom Schalken trad op als raadsheer, ook een professor. Ik heb wel ergens gelezen dat deze zaak eigenlijk de voortzetting is van een ruzie die we als hoogleraren toch al hebben over dit soort wetsartikelen. En daar zit iets in.’”

    Deze persoonlijke vendetta doet denken aan wat Theo van Gogh schreef over hoe een officier van justitie een halszaak maakte van zijn vervolging voor vermeende discriminatie:
    “Het fanatisme van het OM kwam bij meester Mijnssen vandaan, Officier belast met discriminatie-zaken. Dit werd me pas goed duidelijk toen ik Mijnssen na afloop van de zoveelste zitting “Tevreden?” hoorde vragen aan de Heer Richard Stein van het STIBA, één van de zelfbenoemde pleitbezorgers van mijn veroordelingen.”
    http://www.theovangogh.nl/MIJNSS.html

    Een ander opvallend punt uit het artikel in de Pers gaat over de houding van het Europees Hof in Straatsburg, waar men blijkbaar niet zozeer bezig is met recht te spreken, maar vooral met een politiek-correct spelletje – mogelijk over de rug van Wilders – om de vrije meningsuiting in te perken:

    “‘Ja, ik geef toe dat dat verrassend is’, zegt Zwart. ‘Het is een vonnis dat binnen het Hof de kleinst mogelijke meerderheid had, het is niet zoals alle belangrijke uitspraken in het Engels verschenen, maar ik denk dat het een proefballon is. Er lijkt in Straatsburg inderdaad iets te veranderen. Voor Wilders’ zaak in Nederland maakt dit niet uit, omdat het vonnis dateert van ná de periode dat hij zijn uitlatingen deed. Het mag hier dus geen rol spelen. Maar als ik Wilders’ advocaat was, zou ik me twee keer bedenken voor ik naar Straatsburg trok. Het zou mij niet verbazen als ze daar op zijn zaak zitten te wachten om helemaal om te gaan en de speelruimte van politici toch te gaan beperken.’”

Reageer!

We ondersteunen het gebruik van Gravatars - maak je eigen Gravatar aan en word eenvoudiger herkend op blogs!

XHTML: Je kunt onder andere de volgende tags gebruiken in je reactie: <a href=""> <b> <blockquote> <code> <em> <i> <strike> <strong>