Lees verder »
Het enige onverwachte aan de verkiezingsuitslag is de grote nederlaag van het CDA. Tien zetels minder zat er dik in, vanwege de Balkenende-moeheid, maar twintig verlies is wel heel veel. Daardoor zou je bijna vergeten dat ook de drie linkse partijen (PvdA, GL en SP) fors hebben verloren, van 65 naar 56 zetels. De vier zetels winst van het Femke-effect verdampen bij de drie zetels verlies van de PvdA en de tien zetels eraf bij de SP.
Lees verder »
Vanouds worden de beoefenaars van het politieke handwerk ingedeeld in twee categorieën: 1. De serieuze politicus die zich in de dossiers verdiept en een inhoudelijk oordeel geeft. 2.De populist die iets roept wat niet of slechts gedeeltelijk op feiten is gebaseerd. Bij deze indeling vallen de nodige kanttekeningen te maken. Zo is het mogelijk dat hetzelfde Kamerlid zich op het ene beleidsterrein doet kennen als een gedegen politicus en over het andere onderwerp maar wat roept. Maar er is nog een derde categorie: politici die zich grondig in de stukken verdiepen, maar die kennis vervolgens selectief gebruiken om verwarring te stichten. Het manipuleren van de feiten is een beproefde ‘agitprop’ methode, waarin het Sovjet-communisme uitblonk. Het is dan niet verwonderlijk dat je deze derde categorie vooral aantreft bij politici die afkomstig zijn uit het linkse actiewezen.
Lees verder »
Met stijgende verbazing merk ik dat, voor zover ik kan nagaan, nog geen enkele ‘weldenkende’ journalist of politiek commentator is ingegaan op de hamvraag: Wie deelt de lakens uit bij de PvdA? Het antwoord zou moeten zijn: de partijleiding, dus partijvoorzitter Liliane Ploumen en fractievoorzitter Mariëtte Hamer. Zij moeten over het gekozen beleid verantwoording afleggen aan de partij en aan de fractie. De dames spelen echter geen enkele rol van betekenis in de discussie. Je zou kunnen tegenwerpen dat zij hun verantwoordelijkheid hebben overgedragen aan de nieuwe lijsttrekker Job Cohen, maar dan rijst de vraag of zij het waren die Cohen namens de partij benaderden, of dat zij slechts hun handtekening bij het kruisje hebben gezet. Volgens sommigen zou Wouter Bos de strateeg achter de schermen zijn geweest, die zijn aftreden al lang had voorbereid en voorgekookt. Ook dat is onjuist, de goede man – de enige die in 2003 de PvdA echt kon en wilde hervormen – heeft de eer aan zichzelf gehouden, voordat hij door de opstandige fractie zou zijn gewipt. Bos legde de kiem voor de rebellie tijdens de kabinetsformatie van 2007 door toe te staan dat de bekendste en de beste Kamerleden in het kabinet mochten plaatsnemen. Een kardinale weeffout, want de werkelijke politieke macht zit niet in het kabinet, maar in de Tweede Kamer. Alleen de premier – Lubbers, Kok, Balkenende – kan politiek leider van zijn partij blijven, mits hij een betrouwbare en sterke fractieleider heeft. In 2002-2007 vervulde Maxime Verhagen die rol uitstekend en loyaal. Door het vertrek van gezaghebbende Kamerleden als Koenders, Albayrak, Wolfson (burgemeester Utrecht) en vooral Frans Timmermans bleef de fractie stuurloos achter. Je kunt het jonge honden als Jeroen Dijsselbloem, Martijn van Dam en Diederik Samsom eigenlijk niet eens kwalijk nemen dat zij het heft in handen namen toen de partij in een onstuitbare val raakte. Zij waren het die Mariette Hamer voortdurend terugfloten en instructies gaven, zij stippelden de linkse koers uit, meedeinend op het anti-Amerikaanse sentiment dat in de jaren voor de komst van Obama wijdverspreid was. Het regeerakkoord had heel wat tijdbommen laten zitten (opzettelijk?), niet alleen de AOW en het ontslagrecht, maar vooral ook klassiek linkse stokpaardjes, zoals Irak, Uruzgan en de JSF. Op een van deze punten kon de PvdA altijd breken als de tijd er rijp voor was. En zo geschiedde.
De verkiezingsuitslagen van 9 juni voorspellen wordt met de dag hachelijker. Wat te denken van de actie van Hero Brinkman (PVV) die meent dat dit het juiste moment is voor kritiek op zijn fractie- én partijleider Geert Wilders? En welke gevolgen voor het CDA heeft het neerleggen van de campagneactiviteiten door de overspelige Jack de Vries?
Lees verder »
Is iedere jongen die hard een bal kan trappen, vergelijkbaar met Arjan Robben? Nee, vindt u, maar wat als-ie een kalende twintiger is? Weer nee? Wat dan als hij het clubshirt van Ajax heeft gedragen? Nog steeds nee, want het kan ook Wesley Snijder zijn, of iemand anders. Ieder mens is uniek en het zijn juist de verschillen die interessant zijn. Ook in de politiek gaat het om de verschillen. Overeenkomsten zijn er altijd te vinden, maar zelden relevant omdat ze niet in de juiste context worden geplaatst. Dezer dagen word ik daarom een beetje moe van het beantwoorden van de vele vragen over Geert Wilders in relatie tot Pim Fortuyn. De bedoeling van de journalist is steevast het bevestigen van de al vaststaande conclusie dat Wilders niet kan tippen aan Fortuyn. De afgelopen jaren heb ik ervoor gewaakt om te fungeren als de getuige-deskundige die Rita Verdonk respectievelijk Geert Wilders afserveerde. Voor beide personen heb ik veel respect. De enkele keer dat ik wel een interview toestond, ging het mij om zakelijke kritiek en het wegnemen van misverstanden over Pim Fortuyn. Het omgekeerde gebeurt namelijk ook: opvattingen over Wilders worden klakkeloos geprojecteerd op Fortuyn. Zelfs een befaamd columnist als Jerome Heldring bestaat het in een interview in de Volkskrant Pim Fortuyn (en Wilders) een nihilist te noemen. Als er iemand op de bres heeft gestaan voor de kernwaarden van de moderniteit is het wel Pim Fortuyn, die in zijn standaardwerk ‘De verweesde samenleving’ waarschuwde voor de teloorgang van de Westerse waarden en zich keerde tegen het nihilistische cultuurrelativisme, dat links eigen is.
Lees verder »